“Het is weer zover.”
“Die tijd van de maand.”
“Code rood.”
We hebben er nogal wat manieren voor bedacht om menstruatie te omschrijven zonder het woord zelf te gebruiken. Best opvallend eigenlijk, voor iets wat zo normaal is en waar zo veel vrouwen elke maand mee te maken hebben.
Toch voelt het vaak nog als iets waar je een beetje omheen praat. Alsof het netter is om het niet direct te benoemen. Alsof het iets is dat je liever klein houdt. En precies daar ontstaan al die creatieve, soms hilarische omschrijvingen.
Van “shark week” tot “de rode zee”
“Shark week”, “de rode zee is geopend”, “Aunt Flo is op bezoek”, “het is weer feest beneden” de lijst is eindeloos en verschilt per land, generatie en vriendengroep. Sommige zijn subtiel, andere juist totaal niet.
Wat ze gemeen hebben, is dat ze allemaal een kleine omweg zijn. Een manier om iets te benoemen zonder het echt te zeggen.
En eerlijk is eerlijk: dat maakt het soms ook gewoon leuker. Er zit humor in, herkenning, een soort gedeelde code. Je hoeft vaak maar één woord te zeggen en de ander snapt precies wat je bedoelt.
Maar tegelijk zegt het ook iets anders. Namelijk dat we het blijkbaar nog steeds een beetje spannend vinden om het gewoon bij de naam te noemen.

Waarom praten we er nog steeds omheen?
Dat zit dieper dan je misschien denkt. Generaties lang werd menstruatie gezien als iets privés, iets wat je voor jezelf hield. Niet iets om openlijk over te praten, laat staan om zichtbaar te maken.
Dat merk je nog steeds in kleine dingen. Hoe snel een tampon in een mouw verdwijnt. Hoe zachtjes er soms over wordt gepraat. Hoe vaak er nog wordt gekozen voor een grapje in plaats van een direct antwoord.
Niet omdat we niet beter weten, maar omdat het zo is aangeleerd.
Humor helpt, maar openheid doorbreekt het taboe rondom ongesteld zijn
Humor maakt het makkelijker. Het haalt de lading eraf en zorgt ervoor dat ongesteld zijn minder zwaar voelt. En laten we eerlijk zijn: ongesteld zijn kan ook gewoon onhandig, pijnlijk of vermoeiend zijn. Een beetje relativering is dan welkom.
Maar alleen humor is niet genoeg om het taboe rondom ongesteldheid echt te doorbreken.
Want hoe vaak gebruiken we humor eigenlijk om eromheen te praten? Om niet letterlijk te zeggen dat we ongesteld zijn?
Dat taboe verdwijnt pas op het moment dat je het gewoon benoemt.
“Ik ben ongesteld.”
Zonder zachter te praten.
Zonder het te verpakken.
Zonder een grapje als tussenstap.
Juist daar gebeurt iets. Want elke keer dat je ongesteld zijn normaal uitspreekt, wordt dat taboe een stukje kleiner.
Het zit niet in grote statements, maar in kleine, dagelijkse momenten. In hoe je praat met vriendinnen, met je partner, op werk. In het feit dat je ongesteld zijn niet verstopt, maar het ook niet groter maakt dan het is.
En juist dat maakt het verschil. Want hoe normaler ongesteld zijn voor jou voelt, hoe minder het een taboe is voor de mensen om je heen.

